Dennenprocessierups
 
Thaumetopoea pityocampa






De Dennenprocessierups Thaumetopoea pityocampa komt reeds voor aan de grens van Frankrijk met Belgi├ź. Deze vlinder behoort tot de tandvlinders en kent dezelfde levenswijze als de Eikenprocessierups, maar heeft een andere waardplant. De rupsen hebben ook brandharen en leven ook in groepen. Verwahct wordt dat deze soort de komende jaren meer zal opduiken in naaldbossen in Vlaanderen.

In tegenstelling tot de rupsen van de Eikenprocessierups maken de rupsen van deze soort al direct nadat ze uit het ei komen een nest. Een eipakketje bevat ongeveer 100 tot 300 eitjes die bedekt zijn met schubben. De eitjes komen ongeveer 35 tot 45 dagen na de ei-afzet uit.

De rupsen doorlopen 5 larvenstadia. In het begin zijn de rupsen lichtgroen van kleur. Deze rupsen voeden zich met de naalden van de waardplant. Hierna vervellen ze naar het tweede larvenstadium; ze worden geel-oranje van kleur en verplaatsen  zich om een nieuw nest te maken. 

De eerste brandharen ontwikkelen zich pas in het derde larvenstadium. De rupsen worden oranje-roestrood van kleur en verplaatsen zich opnieuw naar een plek waar ze de winter kunnen doorbrengen. 
In het vierde stadium hebben de rupsen zeer veel brandharen. De duur van de ontwikkeling hangt af van de temperatuur in het voorjaar. In het vijfde stadium zijn de rupsen zeer vraatzuchtig en kunnen ze zelfs een kaalvraat van dennen veroorzaken. Ze zijn zeer mobiel en kunnen zich van de ene waardplant naar de andere verplaatsen. Ze zijn van laag tot hoog in de dennen te vinden.

Nadat ze volgroeid zijn, gaan de rupsen op zoek naar een plek in de grond om te verpoppen. De achtergebleven brandharen kunnen nog jaren actief blijven.

De rupsen verpoppen zich in de grond. In warme landen komen de vlinders al in juni uit. In koudere landen kunnen ze tot in september uitvliegen.

Dennenprocessierupsen kunnen lang in een verlengde diapauze gaan, namelijk 3 tot 7 jaar.    
Als waardplanten zijn bekend: verschillende dennensoorten Pinus species, Europese Lork Larix decidua en ook wel Tweestijlige Meidoorn Crataegus laevigata.  
De natuurlijke vijanden zijn sluipwespen, sluipvliegen, zweefvlieglarven, kevers en vogels.
Deze vlinder kan in Vlaanderen worden geïntroduceerd via de import van naaldbomen waarin zich eipakketjes bevinden, vooral dus in de zomerperiode.