Kleine Hoefijzerneus

Rhinolophus hipposideros




De Kleine Hoefijzerneus Rhinolophus hipposideros ¬†werd sinds 1975 als een verdwenen soort beschouwd in Vlaanderen.  In 2019 werd de aanwezigheid van deze soort opnieuw vastgesteld in Steenokkerzeel. 

In Nederland werd deze vleermuis voor het laatst waargenomen in 1983.

Dit zoogdiertje meet 4,5 cm en heeft een vleugelspanning van 20 cm. Deze soort hangt ondersteboven aan de klauwen en slaat zijn vleugels om het lichaam. De vleugels zijn breed, het lichaam klein.

Het is een soort van halfopen structuurrijke landschappen. Deze vleermuis volgt lijnvormige landschapselementen (heggen, bosranden en oevers van rivieren) bij zijn verplaatsingen.

Zijn voedsel bestaat vooral uit muggen, langpootmuggen en nachtvlinders. Hij kan kleine prooien lokaliseren door middel van echopeiling.

Het zomerverblijf (van april tot oktober) bevindt zich op zolders of in grotten. In de winter verblijft deze vleermuis in vochtige kalksteengroeven, mergelgroeven, grotten en kelders. De vleermuis is vaak bedekt met condensdruppeltjes.

De grootste bedreigingen vormen vernietiging en verstoring van de zomer- en winterverblijven, versnippering, het wegverkeer, de aantasting van de jachthabitat, evenals het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen (insecticiden) en milieuvervuiling in het algemeen.