Vleugelloze insecten
 






Tot de vleugelloze insecten (Apterygota) behoren de oerinsecten (Protura), de tweestaarten (Diplura), zilvervisjes en franjestaarten (Zygentoma) en de springstaarten (Collerubola).

De insecten van deze primitieve orde zijn primair vleugelloos. In de loop van de evolutie hebben ze nooit over vleugels beschikt. Alle andere vleugelloze insecten hebben het vliegvermogen terug verloren in de loop der evolutie. Het zijn meestal kleine diertjes die zich ophouden in of op de bodem, onder stenen of in molm van oude bomen. Een bekende vertegenwoordiger van de vleugelloze insecten is het Zilvervisje Lepisma saccharina.

Springstaarten leven in bladstrooisel of in de grond, waar ze afval opruimen. Ze voeden zich met stuifmeelkorrels of sporen. Ze zijn een halve mm tot een halve cm groot. Ze ademen door de huid. Op het midden van de buik dragen ze een buisvormig lichaam, de zogenaamde collofoor, die vermoedelijk dient om voedsel of vocht op te nemen of om te ademen.

Andere bronnen men dat de collofoor dient om zich vast te hechten aan gladde oppervlakken.

De meeste bovengronds levende springstaarten bezitten een vork, die als een veer opgespannen zit onder de buik. Bij het loslaten van een mechanisme schiet het diertje plotseling meters ver weg. Op die manier kan het ontkomen aan vijanden.

Door middel van hun antennes kunnen de springstaarten ruiken, smaken, voelen en geluidstrillingen waarnemen.

Microscopisch kleine zintuigorgaantjes, zoals onder meer haartjes en staafjes in de antennes zorgen hiervoor.

Soorten die in de strooisellaag leven zijn vaak fraai gekleurd. Ze zijn voorzien van 16 primitieve ogen. Deze soorten kennen een paringsritueel.

Ondergronds levende springstaarten hebben geen springvork. Ze zijn meestal donker gekleurd en hebben geen ogen.

De ondergronds levende mannetjes deponeren een spermapakketje dat door de vrouwtjes wordt opgepikt.

De springstaarten vervellen voortdurend. Na de twaalfde vervelling zijn ze geslachtsrijp; na de vijfentwintigste vervelling stopt de groei. Springstaarten hebben unieke strategie├źn ontwikkeld om te overleven: ze zijn bestand tegen bevriezing, volledige uitdroging en voedseltekort. Bovendien kunnen sommige soorten tot 5 jaar oud worden.

Springstaarten zijn belangrijk voor de nutri├źntenkringloop in de bodem.