NATUURLEXICON


Zandbijwaaiertje

Stylops melittae


Het Zandbijwaaiertje Stylops melittae behoort tot de waaiervleugeligen (Strepsiptera). Waaiervleugeligen zijn parasitaire insecten die vooral cicaden, plooivleugelwespen en solitaire bijen als gastheer hebben.

Deze soort is veelvuldig aan te treffen op diverse soorten zandbijen in het voorjaar. Vooral de Grijze Zandbij Andrena vaga treedt op als gastheer. Reeds vanaf eind februari kan men de parasiet tussen de achterlijfssegmenten aantreffen.

Het mannetje is gevleugeld met typerende waaiervormige vleugels; het vrouwtje ongevleugeld.  

Vanaf een bloem hechten de larven zich aan een zandbij en laten zich meevoeren naar het nest, waar ze zich in het achterlijf van een bijenlarve boren en daarin vervellen tot een made-achtige larve. De voedselopname (bloed) gebeurt via de wanden van het lichaam. Wanneer de gastheerlarve verpopt verhardt een deel van de waaiervleugelige larve en steekt ze het kopborststuk-deel uit tussen 2 tergieten. Het grootste deel blijft in het achterlijf van de bij. Het vrouwtje ziet er meer uit als een larve dan als een volwassen insect. Het vrouwtje heeft bij het uitsteeksel ook een genitale opening in de vorm van een soort buisje. Het mannetje leeft slechts enkele uren en in die tijd moet het een vrouwtje vinden.

Dit waaiertje paart vaak al voor kort na de winter (eind februari, begin maart). De mannelijke parasieten komen uit hun pop als ze in het licht komen. De vrouwelijke parasieten zijn dan al volwassen.

Het mannetje heeft 2 functionele achtervleugels die er waaiervormig uitzien. De voorvleugels zijn gereduceerd tot een soort halters. Het mannetje heeft sterk vertakte antennes. Hierop zitten de chemoreceptoren waarmee het mannetje de feromonen van de vrouwtjes kunnen waarnemen.

De paring vindt plaats op de gastheer. Het vrouwtje scheidt een stof af die de gastheer vertraagt en ook een feromoon om een mannetje aan te trekken.

De larven die in lichaam van de parasiet worden geboren gaan door het buisvormige orgaan naar buiten. Ze zijn dan voorzien van pootjes en een soort vorkstaart om zich gemakkelijk te kunnen verplaatsen. Ze klimmen tegen een bloeistengel en de cyclus herhaalt zich.  

Bijen die opvallend veel vroeger in het jaar worden gezien dan andere, bijvoorbeeld de Heggenrankbij Andrena florea die reeds eind maart te zien in plaats van de normale vliegperiode vanaf begin mei, zijn waarschijnlijk “gestylopiseerd”. Zandbijen die geparasiteerd zijn door een waaiertje komen immers gemiddeld eerder uit dan de rest van hun soortgenoten. Dit geeft de Stylops-larven de kans om uit te komen wanneer de bijenpopulatie op zijn hoogtepunt is. De kans vergroot hierdoor om een partner te vinden. Geparasiteerde bijen zijn bovendien ook door het waaiertje in die mate beïnvloed, dat ze soms nog nauwelijks actief zijn. Ook dit vergroot de kans dat een mannetjeswaaiertje “in alle rust” met een vrouwtje kan paren. Na de paring wordt deze blokkade weer opgeheven en wordt de geparasiteerde bij weer actiever.

Als gastheren zijn volgende zandbijen reeds gekend: de Witbaardzandbij Andrena barbilabris, de Meidoornzandbij Andrena carantonica, Goudpootzandbij Andrena chrysosceles, de Zwartrosse Zandbij Andrena clarkella, de Wimperflankzandbij Andrena dorsata, de Grasbij Andrena flavipes, de Heggenrankbij Andrena florea, de Gewone Rozenzandbij Andrena fucata, het Vosje Andrena fulva, de Heidezandbij Andrena fuscipes, het Roodgatje Andrena haemorrhoa, de Valse Rozenzandbij Andrena helvola, de Gewone Dwergzandbij Andrena minutula, de Zwartbronzen Zandbij Andrena nigroaenea, de Viltvlekzandbij Andrena nitida, de Bremzandbij Andrena ovatula, de Koolzwarte Zandbij Andrena pilipes, de Vroege Zandbij Andrena praecox, de Breedrandzandbij Andrena synadelpha, de Grijze Rimpelrug Andrena tibialis, de Grijze Zandbij Andrena vaga, de Variabele Zandbij Andrena varians en de Geelstaartklaverzandbij Andrena wilkella.

Bij zandbijen die in aggregaties (dus niet solitair) nestelen kunnen er grote aantallen zandbijwaaiertjes worden gevonden.

Home